De RVU-regeling: Help je medewerkers gezond naar hun pensioen

Sommige medewerkers kunnen door zwaar werk niet gezond doorwerken tot hun AOW leeftijd. De RVU regeling biedt je vanaf 2026 opnieuw de mogelijkheid om hen eerder te laten stoppen. Wij helpen je om dit goed en veilig te regelen. Op deze pagina lees je ook hoe de RVU werkt, wie ervoor in aanmerking komt en welke keuzes je als werkgever hebt.

RVU-regeling 2026 in het kort

Vanaf 1 januari 2026 mag je (structureel) een RVU uitkering geven aan medewerkers die maximaal 36 maanden voor hun AOW leeftijd zitten. Je betaalt geen RVU heffing over de eerste € 2.357 bruto per maand, dit is de drempelvrijstelling voor 2026. In knellende situaties mag dit bedrag stijgen tot € 2.657 bruto per maand*. Deze bedragen veranderen elk jaar mee met de indexatie.

Boven deze drempel betaal je wél een hoge heffing: nu 57,7%, oplopend tot 65% in 2028. Het is daarom belangrijk om de regeling zorgvuldig in te richten.

*Verwijst een RVU-regeling naar artikel 32ba, lid 7 van de Wet LB? Dan heeft de recht op het maximale bedrag (€ 2.657), tenzij in de afspraken expliciet staat dat de extra € 300 niet geldt.

Bekijk het verschil met de RVU-regeling tot 2025 

Voor wie is de RVU bedoeld?

De RVU is er voor medewerkers met zwaar werk die, gezien hun belastbaarheid, niet gezond de AOW leeftijd kunnen halen. Dit sluit aan bij het akkoord Gezond naar het pensioen, waarin staat dat de RVU gericht moet zijn op een duidelijke doelgroep. Binnen cao’s of bedrijfsregelingen wordt bepaald welke functies of werkzaamheden als zwaar worden aangemerkt. Dat gebeurt op basis van vijf objectieve criteria:

  • fysieke belasting;
  • psychosociale belasting;
  • omgevingsbelasting;
  • cognitieve belasting;
  • (onregelmatige) werktijden.

Goed om te weten: alleen cao afspraken moeten worden getoetst bij het expertisecentrum zwaar werk van TNO. Zij beoordelen de onderbouwing en de gevolgde procedure. De cao partijen bepalen uiteindelijk zelf de doelgroep. Bedrijfs- en individuele afspraken hoef je niet te laten toetsen.

Altijd in combinatie met duurzame

De overheid wil dat mensen zo lang mogelijk gezond blijven werken. Daarom moet een RVU-regeling altijd worden gekoppeld aan een plan voor duurzame inzetbaarheid (DI). Hierbij is het belangrijk dat werkgevers maatregelen treffen waardoor werknemers met zwaar werk hun inzetbaarheid kunnen behouden of verbeteren.

Denk bij deze maatregelen aan:

  • het verminderen van belasting
  • het verbeteren van werkplekken
  • het bieden van scholing of ander werk

Cao partijen moeten regelmatig opnieuw beoordelen of functies nog steeds zwaar zijn.

Belangrijke aandachtspunten

  • De RVU-regeling is structureel sinds 2026, maar wordt elke drie jaar geëvalueerd (eerste keer: 31 december 2028).
  • Cao‑partijen moeten periodiek herzien welke functies en werk als zwaar worden aangemerkt. Werk kan veranderen door techniek en andere organisatievormen, met als gevolg dat de functie minder zwaar wordt en uit de doelgroep valt.
  • Er zijn fiscale gevolgen als je boven de drempelvrijstelling uitkeert.
  • Samenloop met verlofstuwmeer of seniorenregelingen kan leiden tot RVU‑heffing.
  • Een RVU stopt de opbouw van pensioen en partnerpensioen, tenzij je aanvullende maatregelen treft.
  • De MDIEU‑subsidie voor duurzame inzetbaarheid en voor RVU uitkeringen is op 31 december 2025 gestopt. De overheid kijkt hoe eventuele resterende middelen kunnen worden gebruikt voor activiteiten rond duurzame inzetbaarheid. De Stichting van de Arbeid coördineert dit. Nieuwe mogelijkheden voor subsidie zijn nog niet bekend. 

Lees de meest gestelde vragen over de RVU

  • RVU staat voor regeling vervroegd uittreden. Het is een regeling waarbij werknemers die niet gezond tot hun AOW-leeftijd kunnen doorwerken (bijvoorbeeld door zwaar werk) een uitkering ontvangen om vervroegd uit te treden. De RVU-uitkering kan onder voorwaarden vrijgesteld zijn van de RVU-heffing.

     

  • Vanaf 1 januari 2026 geldt een structurele RVU-regeling. Het basisbedrag van de RVU-drempelvrijstelling is € 2.357 bruto per maand. In zogenaamde knellende situaties kan een extra fiscale ruimte van € 300 bruto per maand worden toegepast, waardoor het maximale bedrag € 2.657 bruto per maand bedraagt. De regeling wordt jaarlijks geïndexeerd.

    Als in de RVU-regeling wordt verwezen naar artikel 32ba lid 7 Wet LB, heeft de werknemer in principe recht op het maximale bedrag, tenzij expliciet is afgesproken dat de extra € 300 niet wordt toegekend.

  • Vanaf 2026 is de RVU regeling structureel. Tussen 2021 en 2025 was de regeling tijdelijk. De nieuwe regeling sluit aan bij het akkoord Gezond naar het pensioen. In dit akkoord staat dat de RVU bedoeld is voor medewerkers met zwaar werk die niet gezond de AOW leeftijd kunnen halen.

    Dit is er veranderd

    1. Strengere eisen
      De (nieuwe) structurele regeling heeft strengere eisen. Je moet duidelijk onderbouwen waarom een functie zwaar is. Dat doe je met vijf objectieve criteria, zoals fysieke belasting en onregelmatige werktijden.
    2. Hogere pseudo-eindheffing
      Vanaf 1 januari 2026 wordt de pseudo-eindheffing op een RVU verhoogd naar 57,7% (tegenover 52% in 2025). Het tarief stijgt vervolgens stapsgewijs naar 65% in 2028.
    3. Meer toezicht
      Vanaf 2026 is er ook meer toezicht. Het ministerie van SZW kijkt elk jaar hoe de RVU afspraken worden uitgevoerd. Daarnaast is er elke drie jaar een vast ijkmoment. Dan beoordelen kabinet en sociale partners of de regeling nog werkt zoals bedoeld. Het eerste ijkmoment is 31 december 2028. Cao partijen kunnen bij het maken van afspraken rekening houden met dit ijkmoment.

    Dit blijft gelijk

    Je kunt nog steeds een RVU uitkering geven tot maximaal 36 maanden vóór de AOW leeftijd. Tot het bedrag van de drempelvrijstelling betaal je geen RVU heffing.

  • Ja. De fiscale drempelvrijstelling en de RVU-regeling zijn gericht op werknemers in zwaar werk die niet gezond tot hun AOW-leeftijd kunnen doorwerken. Cao-partijen of werkgevers moeten de doelgroep onderbouwen met objectieve criteria en (indien van toepassing) laten valideren door het Expertisecentrum zwaar werk van TNO.

  • Nee, vanaf 1 januari 2026 kan een RVU-regeling individueel, op bedrijfsniveau of via een cao worden afgesproken. Een cao is niet wettelijk verplicht, maar wordt aanbevolen voor een duidelijke afbakening van zwaar werk.

    Werknemers kunnen ook via een individuele afspraak deelnemen, mits de criteria voor zwaar werk zijn vastgesteld en de afspraken duidelijk zijn vastgelegd in de RVU-regeling.

  • Over het meerdere is de werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd. De heffing bedraagt momenteel 57,7% en loopt volgens de kabinetsplannen geleidelijk op tot 65% in 2028.

  • Er is geen sprake van RVU-heffing bij de opname van stuwmeerverlof als:

    • het verlof niet speciaal is toegekend aan een oudere werknemer met het oog op een vervroegde uitstroom van de werknemer en
    • het totaal van het gespaarde verlof en het verlof van het lopende jaar (het verlofstuwmeer) de omvang van 100 maal de wekelijkse arbeidsduur niet te boven gaat.

    Het gaat bij de beoordeling van de aanwezigheid van een RVU om het doel van de regeling (of van een deel daarvan) bij de toekenning door de werkgever, niet om de wijze waarop de werknemer van de regeling gebruik maakt.

     

    Opnemen verlofstuwmeer en samenloop met seniorenregelingen
    Er kan wel een probleem ontstaan bij samenloop van de seniorenregeling met het opmaken van het verlofstuwmeer. De seniorenregeling geldt zolang de werknemer nog enige feitelijke arbeid verricht en meer loon krijgt uitbetaald dan overeenkomt met die arbeid. Wil de werkgever er in die periode zeker van zijn dat hij gevrijwaard blijft van de RVU-heffing dan moet hij ervoor zorgen dat de werknemer die deelneemt aan de seniorenregeling echt ook feitelijk per week minimaal 50% pleegt te werken van de arbeidsduur zoals die gold in het laatste kalenderjaar dat voorafgaat aan een periode van 10 jaar direct voorafgaande aan de in de pensioenregeling vastgestelde pensioeningangsdatum.

    Door opname van verlof uit een verlofstuwmeer kan de werknemer onder de 50%-grens komen. Alleen opname van gewoon jaarlijks vakantieverlof of niet werken wegens arbeidsongeschiktheid heeft geen invloed op de 50%-norm.

  • Ja, het is toegestaan om een RVU-uitkering met behoud van de RVU-drempelvrijstelling te combineren met een (tijdelijk verhoogde) pensioenuitkering. In artikel 32ba, zesde lid, Wet LB is bepaald dat een regeling niet als een RVU wordt aangemerkt voor zover die regeling inhoudt een pensioenregeling als bedoeld in de Pensioenwet of een pensioenregeling als bedoeld in hoofdstuk IIB of in de artikelen 38d, 38e, of 38f Wet LB. Uitkeringen uit dergelijke pensioenregelingen kunnen dus geen onderdeel zijn van een RVU. Hieruit volgt ook dat pensioenuitkeringen, die over eenzelfde periode worden ontvangen als een RVU-uitkering, geen invloed hebben op de toepassing van de RVU-drempelvrijstelling.

    Het is, zonder dat de RVU-drempelvrijstelling wordt aangetast, dus mogelijk om naast de RVU-uitkering in dezelfde periode een pensioenuitkering te ontvangen. Daarbij is het niet relevant of voor de pensioenuitkeringen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van bijvoorbeeld een AOW-compensatie en/of een hoog-laag.

  • Maakt een medewerker gebruik van de RVU, dan stopt uw medewerker met werken en stopt ook de pensioenopbouw. Binnen de huidige wet- en regelgeving is het niet mogelijk om de pensioenopbouw vrijwillig voort te zetten. Ook de bescherming tegen de risico’s van arbeidsongeschiktheid en overlijden is niet van toepassing.

    Stoppen met werken betekent ook dat de opbouw en de risicodekking van het partnerpensioen stopt. Als een pensioenregeling een partnerpensioen op zogenoemde risicobasis kent, is er tussen het moment waarop de vervroegde uittreding ingaat en de pensioendatum geen dekking voor het partnerpensioen. Als een werknemer overlijdt tijdens de RVU-periode, betekent dit dat de achtergebleven partner niet in aanmerking komt voor partnerpensioen. Deze ongewenste situatie doet zich niet voor als er sprake is van een partnerpensioen op zogenoemde opbouwbasis.

    Om ervoor te zorgen dat er bij een nabestaandenpensioen op risicobasis tijdens de RVU-periode toch sprake is van dekking, ziet de Stichting van de Arbeid de volgende mogelijke oplossingen:

    • Op het moment van uitdiensttreding een deel van het ouderdomspensioen uit te ruilen voor een partnerpensioen (op opbouwbasis).
    • Vervroegen van het ouderdomspensioen bij aanvang van de RVU-periode.
    • Vooraf afspreken dat de aanspraak van de RVU-uitkering overgaat op de nabestaanden.

  • In hoeverre de periode van verlof meetelt voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling, hangt af van de vormgeving van het verlof. In onderstaande 3 voorbeelden wordt dit verduidelijkt.

    Voorbeeld 1

    Een werknemer bereikt over 7,5 maand de AOW-leeftijd en gaat dan ook met pensioen. De werknemer gaat tot het bereiken van de AOW-leeftijd met verlof. Hij neemt eerst 5 maanden gespaard verlof op. Na afloop van deze verlofperiode neemt hij nog 2,5 maand verlof op dat de werkgever hem verstrekt in het kader van de RVU-regeling als overbrugging tot de AOW-leeftijd.

    Uitwerking
    De werknemer neemt eerst 5 maanden verlof op uit zijn opgespaarde verloftegoed. In deze verlofperiode van 5 maanden is geen sprake van een RVU. Daarom tellen deze maanden niet mee voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling.

    De 2,5 maand extra verlof die de werkgever voor zijn rekening neemt, tellen wel mee voor de omvang van de RVU-drempelvrijstelling. Deze 2,5 maand mogen naar boven op hele maanden worden afgerond. Hierdoor tellen 3 maanden mee voor de RVU-drempelvrijstelling.

    Voorbeeld 2

    Een werknemer bereikt over 7,5 maand de AOW-leeftijd en gaat dan ook met pensioen. De werknemer gaat tot het bereiken van de AOW-leeftijd met verlof. Het maandelijkse verlof bestaat voor 2/3 uit eigen verloftegoed van de werknemer. De overige 1/3 aan maandelijks verlof verstrekt de werkgever in het kader van de RVU-regeling ter overbrugging tot de AOW-leeftijd.

    Uitwerking
    Het maakt voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling niet uit dat de werkgever slechts in deeltijd verlof verstrekt in het kader van de RVU. Alle maanden waarin de werkgever (gedeeltelijk) RVU-verlof verstrekt, tellen mee voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling. De betreffende 7,5 maand mogen naar boven op hele maanden worden afgerond. Hierdoor tellen 8 maanden mee voor de RVU-drempelvrijstelling.

    Voorbeeld 3

    Een werknemer bereikt over 7,5 maand de AOW-leeftijd en gaat dan ook met pensioen. De werknemer gaat tot het bereiken van de AOW-leeftijd met verlof. De eerste 2,5 maand aan verlof verstrekt de werkgever in het kader van de RVU-regeling in de vorm van extra verlof ter overbrugging tot de AOW-leeftijd. Daarna zal de werknemer de laatste 5 maanden tot aan de AOW-leeftijd zelf overbruggen door verlof op te nemen uit het door de werknemer zelf gespaarde verlof.

    Uitwerking
    De omvang van de RVU-drempelvrijstelling is afhankelijk van het aantal maanden tussen de eerste RVU-uitkering en het bereiken van de AOW-leeftijd (met een maximum van 36 maanden).

    In dit voorbeeld vindt de eerste RVU-uitkering plaats 7,5 maand voor het bereiken van de AOW-leeftijd. Alle maanden vanaf die eerste RVU-uitkering tellen mee voor de RVU-drempelvrijstelling. Deze 7,5 maand mogen naar boven worden afgerond. Hierdoor tellen 8 maanden mee voor de RVU-drempelvrijstelling.

Download whitepaper over de RVU

In deze whitepaper lees je alles over de voor- en nadelen van een RVU-regeling en waarom een RVU-regeling interessant kan zijn. Ook krijg je tips om een RVU-heffing te voorkomen.

  • Digitale leergang: Alles wat je moet weten over de RVU

    Ben je als werkgever op zoek naar inzicht in de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)? Deze online training bied je alles wat je moet weten over de RVU, inclusief de laatste wet- en regelgeving, mogelijkheden en uitdagingen.

    Meer informatie
  • Wij begeleiden je stap voor stap 

    Het opzetten van een RVU regeling is complex. Wij helpen je met:•    het bepalen van de zwaar werk

    • het opstellen van een veilige en fiscale regeling
    • het afstemmen met OR of cao partijen
    • het voorkomen van RVU heffing
    • het regelen van duurzame inzetbaarheid

    Wil je weten wat wij voor jouw organisatie kunnen doen? Vul het contactformulier in. Een van onze adviseurs neemt snel contact met je op.

    Wij staan klaar om je verder te helpen.