Startperiode WW gewijzigd voor Overheid en Onderwijs
Vanaf 1 januari 2024 zijn er veranderingen in de startperiode voor zelfstandigen. Deze periode begint niet meer elke maandag, maar op de eerste dag van elke maand. Ook is de duur van de startperiode verlengd van 26 weken naar 6 maanden.
Als je als voormalige werknemer als zelfstandige aan de slag wil tijdens deze periode, heeft UWV een positief advies nodig van je ex-werkgever. Dit advies moet worden ingediend met het formulier ‘Advies van ex-werkgever over re-integratie ex-werknemer’. Het is belangrijk dat UWV dit advies minstens 2 weken vóór de eerste dag van de maand ontvangt waarin de startperiode begint.
Als UWV het advies niet op tijd ontvangt, kan je mogelijk niet direct aan de slag als zelfstandige binnen de startperiode. In dat geval zal de startperiode pas ingaan vanaf de eerste dag van de volgende maand. Dit betekent dat je ex-werkgever langer verantwoordelijk blijft voor het betalen van je WW-uitkering. Om dit te voorkomen, moet je ex-werkgever zijn positieve advies op tijd naar UWV sturen.
De reden voor deze veranderingen is om ervoor te zorgen dat ex-werknemers de juiste uitkering krijgen. Met deze nieuwe regeling, waarbij de startperiode samenvalt met de betaalperiode, ontvang je altijd de juiste uitkering.
Bron: UWV
Meest gelezen
In een recent kort geding is bepaald dat een werknemer recht heeft op volledige loonbetaling, ondanks dat zijn werkgever twijfelde aan zijn betermelding. De werknemer had zichzelf begin 2025 als volledig arbeidsgeschikt gemeld, maar ontving slechts 75% van zijn salaris.
In het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ is afgesproken dat, in het bijzonder voor mensen met zwaar werk, gewerkt wordt aan een gerichte en doeltreffende duurzame inzetbaarheidsagenda. In de brief informeert de STAR decentrale cao-partijen hoe hier invulling aan kan worden gegeven door het bieden van een kader en goede voorbeelden uit verschillende sectoren.
Op 23 september 2025 heeft minister Mariëlle Paul van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt dat er geen terugvorderingen of nabetalingen zullen plaatsvinden bij oude, inmiddels beëindigde Ziektewetuitkeringen. Deze beslissing is van belang voor werkgevers in de publieke sector, met name binnen overheid en onderwijs, die te maken hebben (gehad) met verzuimbegeleiding en Ziektewetclaims.