Einde tijdelijk dienstverband
Einde tijdelijk dienstverband
De hoofdregel is dat een dienstverband voor bepaalde tijd van rechtswege, dat wil zeggen automatisch, afloopt zodra de afgesproken tijd is bereikt.
Een tijdelijk dienstverband, ook als het verlengd is, eindigt in binnen de waterschappen van rechtswege zodra de termijn waarvoor het is aangegaan, is verstreken. Verder kan een tijdelijk dienstverband vast worden als een werknemer meer tijdelijke contracten na elkaar heeft: de ketenbepaling.
Stilzwijgende voortzetting
Stilzwijgende voortzetting van een tijdelijk dienstverband vindt plaats in de volgende situaties:
- Het dienstverband eindigt in principe van rechtswege. Maar u hebt geen aanzegging (zie boven) gedaan dat het dienstverband niet verlengd wordt, en ook geen andere duidelijke afspraak gemaakt over een verlenging. En de werknemer werkt na einde dienstverband door, en u verzet zich daar niet tegen;
- U hebt de werknemer laten weten dat u het dienstverband wilt verlengen, maar niet onder welke voorwaarden (duur, omvang, functie, salaris);
- Het dienstverband voor bepaalde tijd eindigt niet van rechtswege, omdat in de cao of de individuele arbeidsovereenkomst staat vermeld dat opzegging nodig is. En u zegt niet, of niet tijdig, op.
Gevolg: de werknemer heeft dan opnieuw een arbeidsovereenkomst met dezelfde voorwaarden en dezelfde duur, maar maximaal 1 jaar.
Aanzegplicht
Gaat u een tijdelijke arbeidsovereenkomst aan voor 6 maanden of langer, dan geldt de aanzegplicht. Dit betekent dat u de werknemer minimaal één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst laat weten of de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet (en zo ja onder welke voorwaarden) of niet. Doet u dat niet of te laat, dan kan uw werknemer aanspraak maken op de zogenaamde aanzegvergoeding. De aanzegvergoeding bedraagt maximaal een bruto maandsalaris.
Hebt u bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst, schriftelijk kenbaar gemaakt dat er geen sprake van een opvolgend contract zal zijn? Dan hebt u aan de aanzegverplichting voldaan.
De aanzegplicht geldt niet bij arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor minder dan zes maanden of als de einddatum niet vaststaat, zoals bij vervanging.
Einde arbeidsovereenkomst
Als u de arbeidsovereenkomst niet of te laat opzegt, betekent dit niet dat de arbeidsovereenkomst automatisch doorloopt. Die loopt gewoon af of kan je verlengen, ook als je dat pas na verstrijken van de aanzegtermijn aan de werknemer laat weten.
Aanzegvergoeding
De sanctie op het niet nakomen van de aanzegverplichting is het betalen van een aanzegvergoeding. Deze vergoeding bestaat uit maximaal één bruto maandsalaris. Eindejaarsuitkering en vakantiegeld tellen niet mee voor de hoogte van de aanzegvergoeding.
De werknemer moet de aanzegvergoeding zelf opeisen. Deze mogelijkheid bestaat tot drie maanden nadat de aanzegplicht is ontstaan.
Aanzegtermijn te laat
Hebt u zich wel gehouden aan de aanzegplicht, maar hebt u dit te laat kenbaar gemaakt? Dan bent u een vergoeding naar evenredigheid verschuldigd.
Voorbeeld: Lara is een arbeidsovereenkomst voor de duur van 10 maanden aangegaan. Haar salaris bedraagt €3.500 per maand, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering. Na 9 maanden en 1 week zegt de werkgever haar arbeidsovereenkomst op. De aanzegging is een week te laat. De werkgever moet Lara een aanzegvergoeding naar evenredigheid betalen, namelijk € 875.
-
Moet aanzeggen schriftelijk gebeuren?
Het mondeling aanzeggen van het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst is niet voldoende om aan de aanzegplicht te voldoen. De regeling van de aanzegplicht is dwingend recht. Dit betekent dat u niet ten nadele van de werknemer van deze regeling maf afwijken.
De Hoge Raad legt uit dat de wetgever er bewust voor heeft gekozen dat wanneer de werkgever de plicht tot schriftelijke aanzegging niet naleeft, de aanzegvergoeding verschuldigd is. Dit betekent dat de aanzegvergoeding steeds verschuldigd is als niet voldaan is aan de schriftelijkheidseis. Ook als voor de werknemer langs andere weg duidelijk was dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet of de werknemer geen nadeel heeft geleden door het niet naleven van de schriftelijkheidseis.
Transferbudget
Op het moment van aanzeggen wordt een transferbudget van €5.000 toegekend. Dit transferbudget wordt toegevoegd aan het persoonsgebonden basis budget. Het totale budget kan gebruikt worden in de aanzeg- en uitkeringsperiode voor het vervolgen van de loopbaan buiten de werkgever.
Ketenbepaling
De ketenbepaling regelt wanneer elkaar opvolgende tijdelijke contracten overgaan in een vast contract. De maximumtermijn van de ketenbepaling is sinds de Wab drie jaar. Dat betekent dat bij een vierde opeenvolgend contract voor bepaalde tijd, of als het laatste contract in de reeks de periode van drie jaar overschrijdt, er sprake is van een contract voor onbepaalde tijd. Er is sprake van opeenvolgende contracten als zij elkaar met een tussenpoos van zes maanden of minder opvolgen.
-
Welk dienstverband wordt vast?
- Het dienstverband dat zorgt dat de keten langer dan 3 jaar duurt.
- of – als dit eerder is – het vierde dienstverband.
Het is niet van belang of de vorige dienstverbanden andere kenmerken hadden (bijvoorbeeld andere functie, urenomvang, beloning, formele werkgever).
-
Welke uitzonderingen zijn er op de ketenbepaling?
- Als u één arbeidsovereenkomst (geen keten!) hebt gesloten voor 3 jaar of langer, mag u die direct aansluitend verlengen met maximaal 3 maanden. Dan ontstaat nog geen vast dienstverband.
- De ketenbepaling is niet van toepassing op een dienstverband:
- dat is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg;
- met een werknemer jonger dan 18 jaar, die gemiddeld niet meer dan 12 uur per week werkt;
- dat overwegend is aangegaan voor de educatie van de werknemer;
- bij cao in gevallen door de minister aangewezen;
- van een vervanger wegens ziekte in het PO, als de zieke die wordt vervangen een onderwijsgevende functie heeft of een ondersteunende functie met lesgebonden of behandeltaken.
- De ketenbepaling kent uitzonderingen bij een dienstverband met een werknemer die de AOW-leeftijd heeft bereikt. In dit geval mag de keten 4 jaar duren en 6 dienstverbanden bevatten. Dienstverbanden aangegaan vóór de AOW-leeftijd, tellen hierbij niet mee.