Opzegtermijn

Opzegtermijn

Als u een werknemer wilt ontslaan, moet u rekening houden met de opzegtermijn.

Zegt de werknemer de arbeidsovereenkomst op? Dan bedraagt de opzegtermijn één maand. Heeft de werknemer een contract voor onbepaalde tijd? Dan schrijft het Burgerlijk Wetboek de volgende opzegtermijnen voor:

  • Een maand: als het dienstverband korter dan 5 jaar heeft geduurd;
  • Twee maanden: als het dienstverband minstens 5 jaar, maar korter dan 10 jaar heeft geduurd;
  • Drie maanden: als het dienstverband minstens 10 jaar, maar korter dan 15 jaar heeft geduurd;
  • Vier maanden: als het dienstverband minstens 15 jaar heeft geduurd.

Is de werknemer boven de AOW-leeftijd? Dan is uw opzegtermijn als werkgever 1 maand, ongeacht de duur van het dienstverband. 

In overleg met uw werknemer kunt u de opzegtermijn verkorten. Maar doe dit niet als de werknemer in de WW gaat. Hij krijgt dan namelijk pas WW zodra de geldende opzegtermijn is afgelopen.

Aftrek behandelingsduur bij UWV
Hebt u bij UWV toestemming gevraagd voor de opzegging? Dan mag u de behandelingsduur van uw ontslagaanvraag bij UWV aftrekken van de opzegtermijn. UWV vermeldt deze duur bij het geven van de toestemming. Na de aftrek moet er minstens 1 maand opzegtermijn overblijven.

Geen opzegtermijn
Er geldt geen opzegtermijn bij:

  • Ontslag in de proeftijd (van maximaal 2 maanden bij aanvang van het dienstverband).
  • Ontslag op staande voet.