Re-integratievolgorde
Re-integratievolgorde
Samen met uw werknemer moet u werken aan re-integratie. Dat betekent dat u werk aan moet bieden dat uw werknemer met zijn ziekte, opleiding en ervaring kan uitoefenen: passend werk dus. Dit kan de eigen functie zijn, eventueel met aanpassingen. Of een andere functie. Uw werknemer op zijn beurt moet dat passend werk ook uitvoeren en de door u redelijke, op re-integratie gerichte voorschriften opvolgen.
In het kader van deze activiteiten is er een re-integratievolgorde. Deze volgorde is:
- Terugkeer in eigen werk;
- Terugkeer in aangepast eigen werk;
- Terugkeer in (aangepast) ander werk.
Stappenplan
Terugkeer in eigen werk blijft voorop staan
De primaire focus ligt op het terugkeren in het werk waarin de werknemer is uitgevallen. Daar moeten alle activiteiten op gericht zijn. Dit is een continu proces. Dat betekent dat u voortdurend moet blijven onderzoeken of het mogelijk is dat de werknemer in eigen werk kan terugkeren.
Terugkeer in aangepast eigen werk
U moet daarbij aan de werknemer de mogelijkheid bieden om het eigen werk gedeeltelijk te hervatten. Verder moet u bekijken of er mogelijkheden zijn om door verlichting van werkzaamheden (bijvoorbeeld met behulp van technische of organisatorische aanpassingen, of voorzieningen) en overdracht van taken aan collega’s, de werknemer zo veel mogelijk weer in het eigen werk te laten functioneren. Ook aanpassing van dienstroosters en eventueel herverdeling van taken kunnen van u gevraagd worden tenzij dit de arbeidsorganisatie te ernstig verstoort.
Terugkeer in (aangepast) ander werk
Als (aangepast) eigen werk niet kan, moet u in het eigen bedrijf op zoek naar andere mogelijkheden om aan de zieke werknemer passend werk aan te bieden. Dit doet u door uitgaande van het persoonsprofiel een inventarisatie uit te voeren van geschikt(e) (te maken) werkzaamheden op functie- en taakniveau en op basis van een weging belasting-belastbaarheid.
Ook tijdens re-integratie 2e spoor moet u continue de hervattingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie blijven onderzoeken.
Wat wordt verstaan onder passende arbeid?
Passende arbeid is alle arbeid die een werknemer zou moeten kunnen verrichten qua krachten en bekwaamheden. Tenzij de taken niet van hem kunnen worden gevraagd vanwege lichamelijke, geestelijke of sociale redenen.
-
Wat zijn aandachtspunten bij passende arbeid?
- In elk concreet geval zult u dit aan de hand van de omstandigheden moeten beoordelen.
- Het moet gaan om arbeid die in redelijkheid aan de werknemer kan worden opgedragen. Let hierbij op zijn arbeidsverleden, de opleiding, de gezondheidstoestand, persoonlijke eigenschappen, de afstand tot het werk, het loon en wat de werknemer nog aankan.
- Als de ziekte langer duurt, moet de werknemer meer concessies doen.
- Arbeid die in eerste instantie niet als passend geldt, kan later – als omstandigheden wijzigen – wel als passend aangemerkt worden.
- Terugkeer in de eigen functie staat voorop. Is dit niet mogelijk? Dan moet u passend werk binnen de eigen organisatie aanbieden. Is dit ook niet mogelijk, dan is herplaatsing bij een andere werkgever aan de orde.
- Het Besluit passende arbeid WW en ZW is niet van toepassing op de werknemer die nog in dienst is, maar kan wel mede dienen als referentiekader. Het besluit geeft aan wanneer arbeid als passend kan worden aangemerkt. Hoe langer de werknemer ziek is, hoe meer concessies hij moet doen aan opleidingsniveau, salaris en reistijden.
- Als andere en betere opties zijn verkend, maar niet voorhanden zijn en het verzuim inmiddels langer dan ongeveer een jaar heeft geduurd, is opleidingsniveau (of functieniveau) geen belemmering meer om arbeid aan te merken als passend.
-
Wie beoordeelt passende arbeid?
U beoordeelt in eerste instantie of arbeid passend is. U betrekt hierbij het advies van de bedrijfsarts om te beoordelen wat van de werknemer kan worden gevraagd gezien zijn gezondheidstoestand.
De werknemer is verplicht passende arbeid te aanvaarden die u hem aanbiedt. Weigert de werknemer passende arbeid te verrichten? Dan kunt u het loon stopzetten. Als ultieme sanctie geldt ontslag.
Belastbaarheid na eerstejaarsevaluatie
Indien er na de eerstejaarsevaluatie belastbaarheid ontstaat, dan start de re-integratie ook later. UWV gaat er van uit dat er binnen twee weken een (bijgesteld) Plan van aanpak ligt en de uitvoering daarvan binnen maximaal zes weken start. Omdat het eerste ziektejaar al is verstreken, moet ook in deze situatie worden gestart met het 2de spoor, eventueel naast het 1ste spoor. Ook hier geldt dat het 2de spoor achterwege mag blijven als er concreet uitzicht is op re-integratie 1ste spoor binnen drie maanden.