RVU (Regeling Vervroegde Uittreding)

In cao’s worden steeds meer afspraken gemaakt over eerder stoppen met werken. Maar wat houdt de RVU in? De versoepeling van de RVU-heffing is een van de overgangsmaatregelen voor de korte termijn uit het pensioenakkoord. Deze versoepeling geldt voor een periode van 5 jaar met een uitloopperiode van 3 jaar. Na die termijn moeten de afspraken rondom duurzaamheid (lange termijn) uit het pensioenakkoord effect hebben.

RVU (Regeling Vervroegde Uittreding)

Vervroegd uittreden

Het doel van de RVU-drempelvrijstelling is om werknemers die overvallen zijn door de verhoging van de AOW-leeftijd, en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, de mogelijkheid te bieden tot vervroegd uittreden. Het is aan de sociale partners om te bepalen welke groepen werknemers hiervoor in aanmerking moeten komen.

Wat betekent dit?

De fiscale vrijstelling van de RVU-heffing loopt van 2021-2025, met een uitloop van drie jaar. Deze maatregel gaat in op 1 januari 2021. Als er sprake is van een RVU-uitkering, dan is er tot het bedrag van de RVU-drempelvrijstelling geen pseudo-eindheffing verschuldigd door de werkgever.

Een voorbeeld

Voor een werknemer die een eenmalige RVU-uitkering krijgt, geldt dat deze uitkering op het moment van uitkeren volledig belast is. Als de werknemer daarnaast ook vervroegd pensioen opneemt, dan moet ook over deze pensioenuitkeringen belasting worden betaald. Een eenmalige RVU-uitkering in combinatie met het vervroegd laten ingaan van het pensioen kan daardoor leiden tot een progressienadeel (hogere belastingdruk).

RVU-drempelvrijstelling: hoe werkt dit?

De hoogte van de RVU-drempelvrijstelling wordt aan het begin van ieder kalenderjaar bijgesteld op basis van het geldende netto-ouderdomspensioen. De hoogte van de drempelvrijstelling is een bedrag dat na vermindering met de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering.

Wat betekent dit concreet?

Door de drempelvrijstelling in de RVU van € 2.182 per maand, kan een werkgever circa € 26.184 per jaar uitbetalen aan een werknemer totdat een RVU-heffing is verschuldigd.

Gebruik maken van deze mogelijkheid is niet gratis. De werkgever moet bereid zijn de RVU-uitkeringen te doen en de werknemer moet genoegen nemen met een inkomen dat waarschijnlijk lager is dan het arbeidsinkomen. De werknemer zal hierdoor in veel gevallen een deel van het eigen pensioen moeten inzetten om de uitkeringen aan te vullen.

RVU-regeling formuleren

Een goede RVU-regeling formuleren kan lastig zijn. Belangrijk is om goed na te denken over wat je met wilt bereiken. Is het doel het behouden van vitale medewerkers? Of het voorkomen van een reorganisatie? Is het bovendien noodzakelijk om je organisatie ingrijpend te verjongen? De regeling moet goed afgestemd worden op de behoefte van uw organisatie. Er zijn namelijk talloze knoppen waaraan gedraaid kan worden om de regeling goed te laten aansluiten.

Tot slot is het van cruciaal belang om de RVU-regeling goed uit te leggen aan alle medewerkers. Dit is belangrijk om onbegrip bij niet-deelnemers te voorkomen en draagvlak voor de regeling te creëren.

Lees de meest gestelde vragen over de RVU

  • RVU staat voor regeling vervroegd uittreden. Het is een regeling waarbij werknemers die niet gezond tot hun AOW-leeftijd kunnen doorwerken (bijvoorbeeld door zwaar werk) een uitkering ontvangen om vervroegd uit te treden. De RVU-uitkering kan onder voorwaarden vrijgesteld zijn van de RVU-heffing.

     

  • De RVU-boete wordt opgelegd aan de werkgever. Hierbij heb je geen verhaalsrecht op de werknemer.

  • Dit is geregeld in Artikel 8.7 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011.

  • Over het meerdere is de werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd. De heffing bedraagt momenteel 57,7% en loopt volgens de kabinetsplannen geleidelijk op tot 65% in 2028.

  • Vanaf 1 januari 2026 geldt een structurele RVU-regeling. Het basisbedrag van de RVU-drempelvrijstelling is € 2.357 bruto per maand. In zogenaamde knellende situaties kan een extra fiscale ruimte van € 300 bruto per maand worden toegepast, waardoor het maximale bedrag € 2.657 bruto per maand bedraagt. De regeling wordt jaarlijks geïndexeerd.

    Als in de RVU-regeling wordt verwezen naar artikel 32ba lid 7 Wet LB, heeft de werknemer in principe recht op het maximale bedrag, tenzij expliciet is afgesproken dat de extra € 300 niet wordt toegekend.

  • Ja. De fiscale drempelvrijstelling en de RVU-regeling zijn gericht op werknemers in zwaar werk die niet gezond tot hun AOW-leeftijd kunnen doorwerken. Cao-partijen of werkgevers moeten de doelgroep onderbouwen met objectieve criteria en (indien van toepassing) laten valideren door het Expertisecentrum zwaar werk van TNO.

  • Er is geen sprake van RVU-heffing bij de opname van stuwmeerverlof als:

    • het verlof niet speciaal is toegekend aan een oudere werknemer met het oog op een vervroegde uitstroom van de werknemer en
    • het totaal van het gespaarde verlof en het verlof van het lopende jaar (het verlofstuwmeer) de omvang van 100 maal de wekelijkse arbeidsduur niet te boven gaat.

    Het gaat bij de beoordeling van de aanwezigheid van een RVU om het doel van de regeling (of van een deel daarvan) bij de toekenning door de werkgever, niet om de wijze waarop de werknemer van de regeling gebruik maakt.

     

    Opnemen verlofstuwmeer en samenloop met seniorenregelingen
    Er kan wel een probleem ontstaan bij samenloop van de seniorenregeling met het opmaken van het verlofstuwmeer. De seniorenregeling geldt zolang de werknemer nog enige feitelijke arbeid verricht en meer loon krijgt uitbetaald dan overeenkomt met die arbeid. Wil de werkgever er in die periode zeker van zijn dat hij gevrijwaard blijft van de RVU-heffing dan moet hij ervoor zorgen dat de werknemer die deelneemt aan de seniorenregeling echt ook feitelijk per week minimaal 50% pleegt te werken van de arbeidsduur zoals die gold in het laatste kalenderjaar dat voorafgaat aan een periode van 10 jaar direct voorafgaande aan de in de pensioenregeling vastgestelde pensioeningangsdatum.

    Door opname van verlof uit een verlofstuwmeer kan de werknemer onder de 50%-grens komen. Alleen opname van gewoon jaarlijks vakantieverlof of niet werken wegens arbeidsongeschiktheid heeft geen invloed op de 50%-norm.

  • Ja, het is toegestaan om een RVU-uitkering met behoud van de RVU-drempelvrijstelling te combineren met een (tijdelijk verhoogde) pensioenuitkering. In artikel 32ba, zesde lid, Wet LB is bepaald dat een regeling niet als een RVU wordt aangemerkt voor zover die regeling inhoudt een pensioenregeling als bedoeld in de Pensioenwet of een pensioenregeling als bedoeld in hoofdstuk IIB of in de artikelen 38d, 38e, of 38f Wet LB. Uitkeringen uit dergelijke pensioenregelingen kunnen dus geen onderdeel zijn van een RVU. Hieruit volgt ook dat pensioenuitkeringen, die over eenzelfde periode worden ontvangen als een RVU-uitkering, geen invloed hebben op de toepassing van de RVU-drempelvrijstelling.

    Het is, zonder dat de RVU-drempelvrijstelling wordt aangetast, dus mogelijk om naast de RVU-uitkering in dezelfde periode een pensioenuitkering te ontvangen. Daarbij is het niet relevant of voor de pensioenuitkeringen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van bijvoorbeeld een AOW-compensatie en/of een hoog-laag.

  • Maakt een medewerker gebruik van de RVU, dan stopt uw medewerker met werken en stopt ook de pensioenopbouw. Binnen de huidige wet- en regelgeving is het niet mogelijk om de pensioenopbouw vrijwillig voort te zetten. Ook de bescherming tegen de risico’s van arbeidsongeschiktheid en overlijden is niet van toepassing.

    Stoppen met werken betekent ook dat de opbouw en de risicodekking van het partnerpensioen stopt. Als een pensioenregeling een partnerpensioen op zogenoemde risicobasis kent, is er tussen het moment waarop de vervroegde uittreding ingaat en de pensioendatum geen dekking voor het partnerpensioen. Als een werknemer overlijdt tijdens de RVU-periode, betekent dit dat de achtergebleven partner niet in aanmerking komt voor partnerpensioen. Deze ongewenste situatie doet zich niet voor als er sprake is van een partnerpensioen op zogenoemde opbouwbasis.

    Om ervoor te zorgen dat er bij een nabestaandenpensioen op risicobasis tijdens de RVU-periode toch sprake is van dekking, ziet de Stichting van de Arbeid de volgende mogelijke oplossingen:

    • Op het moment van uitdiensttreding een deel van het ouderdomspensioen uit te ruilen voor een partnerpensioen (op opbouwbasis).
    • Vervroegen van het ouderdomspensioen bij aanvang van de RVU-periode.
    • Vooraf afspreken dat de aanspraak van de RVU-uitkering overgaat op de nabestaanden.

  • In hoeverre de periode van verlof meetelt voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling, hangt af van de vormgeving van het verlof. In onderstaande 3 voorbeelden wordt dit verduidelijkt.

    Voorbeeld 1

    Een werknemer bereikt over 7,5 maand de AOW-leeftijd en gaat dan ook met pensioen. De werknemer gaat tot het bereiken van de AOW-leeftijd met verlof. Hij neemt eerst 5 maanden gespaard verlof op. Na afloop van deze verlofperiode neemt hij nog 2,5 maand verlof op dat de werkgever hem verstrekt in het kader van de RVU-regeling als overbrugging tot de AOW-leeftijd.

    Uitwerking
    De werknemer neemt eerst 5 maanden verlof op uit zijn opgespaarde verloftegoed. In deze verlofperiode van 5 maanden is geen sprake van een RVU. Daarom tellen deze maanden niet mee voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling.

    De 2,5 maand extra verlof die de werkgever voor zijn rekening neemt, tellen wel mee voor de omvang van de RVU-drempelvrijstelling. Deze 2,5 maand mogen naar boven op hele maanden worden afgerond. Hierdoor tellen 3 maanden mee voor de RVU-drempelvrijstelling.

    Voorbeeld 2

    Een werknemer bereikt over 7,5 maand de AOW-leeftijd en gaat dan ook met pensioen. De werknemer gaat tot het bereiken van de AOW-leeftijd met verlof. Het maandelijkse verlof bestaat voor 2/3 uit eigen verloftegoed van de werknemer. De overige 1/3 aan maandelijks verlof verstrekt de werkgever in het kader van de RVU-regeling ter overbrugging tot de AOW-leeftijd.

    Uitwerking
    Het maakt voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling niet uit dat de werkgever slechts in deeltijd verlof verstrekt in het kader van de RVU. Alle maanden waarin de werkgever (gedeeltelijk) RVU-verlof verstrekt, tellen mee voor de berekening van de omvang van de RVU-drempelvrijstelling. De betreffende 7,5 maand mogen naar boven op hele maanden worden afgerond. Hierdoor tellen 8 maanden mee voor de RVU-drempelvrijstelling.

    Voorbeeld 3

    Een werknemer bereikt over 7,5 maand de AOW-leeftijd en gaat dan ook met pensioen. De werknemer gaat tot het bereiken van de AOW-leeftijd met verlof. De eerste 2,5 maand aan verlof verstrekt de werkgever in het kader van de RVU-regeling in de vorm van extra verlof ter overbrugging tot de AOW-leeftijd. Daarna zal de werknemer de laatste 5 maanden tot aan de AOW-leeftijd zelf overbruggen door verlof op te nemen uit het door de werknemer zelf gespaarde verlof.

    Uitwerking
    De omvang van de RVU-drempelvrijstelling is afhankelijk van het aantal maanden tussen de eerste RVU-uitkering en het bereiken van de AOW-leeftijd (met een maximum van 36 maanden).

    In dit voorbeeld vindt de eerste RVU-uitkering plaats 7,5 maand voor het bereiken van de AOW-leeftijd. Alle maanden vanaf die eerste RVU-uitkering tellen mee voor de RVU-drempelvrijstelling. Deze 7,5 maand mogen naar boven worden afgerond. Hierdoor tellen 8 maanden mee voor de RVU-drempelvrijstelling.

Download whitepaper over de RVU

In deze whitepaper lees je alles over de voor- en nadelen van een RVU-regeling en waarom een RVU-regeling interessant kan zijn. Ook krijg je tips om een RVU-heffing te voorkomen.