26-wekeneis en 4-uit-5-jareneis
26-wekeneis en 4-uit-5-jareneis
De werknemer moet gewerkt hebben in minstens 26 van de laatste 36 kalenderweken voordat hij werkloos wordt. Voldoet de werknemer ook aan de 4-uit-5-jareneis? Dan heeft de werknemer recht op een langere uitkering dan 3 maanden.
De 26-wekeneis
Een voorwaarde voor het recht op WW is dat de werknemer tenminste 26 van de 36 weken voor het begin van zijn werkloosheid gewerkt heeft. Hierbij hoeft het niet om volledige werkweken te gaan: één gewerkt uur per week is voldoende.
Behalve de werkelijk gewerkte weken tellen ook alle weken mee waarin uw werknemer niet heeft gewerkt, maar waarover hij wel loon heeft gekregen. Heeft een werknemer wegens ziekte een hele kalenderweek niet kunnen werken? Dan telt die week niet mee. In dat geval wordt de periode van 36 weken verlengd met het aantal ziekteweken. Zodoende kan ook een werknemer die langdurig ziek is geweest, aan de 26-wekeneis voldoen.
De volgende gewerkte weken tellen niet mee:
- Weken gelegen vóór het ontstaan van een eerder recht op WW. Voor elk nieuw WW-recht moet de werknemer dus weer 26 weken gewerkt hebben. Er zijn bijzondere regels voor die gevallen waarin een werknemer in eerste instantie naast de WW gedeeltelijk blijft werken en binnen 26 weken daarna meer uren verliest.
- Weken gewerkt in een nevenbetrekking. Voor de wekeneis telt alleen het werk in de baan waaruit de werkloosheid ontstaat en de voorafgaande banen waarvoor die baan in de plaats is gekomen. Een kleine overlap is wel toegestaan: als banen elkaar niet langer dan 2 maanden overlappen, zijn het voor de wekeneis opeenvolgende banen.
De 26-wekeneis is doorslaggevend voor de vraag of de WW voor rekening van de eigenrisicodrager komt. Dat is namelijk het geval als de werknemer na de baan bij u een nieuw (dus niet herleefd) recht op WW krijgt, en u de laatste werkgever daarvóór bent.
De 4-uit-5-jareneis
De jareneis is geen voorwaarde voor een WW-uitkering, maar wel voor een WW-uitkering die langer dan 3 maanden duurt. Een werknemer die verder aan alle WW-voorwaarden voldoet behalve aan de jareneis, krijgt een uitkering van 3 maanden.
Om aan de jareneis te voldoen, moet de werknemer minstens in 4 van de 5 kalenderjaren vóór het jaar waarin hij werkloos is geworden, hebben gewerkt. Het lopende jaar telt dus niet mee.
Een kalenderjaar telt als een gewerkt jaar als:
- de werknemer in het jaar ten minste 52 dagen loon heeft ontvangen. Dit geldt voor de jaren tot en met 2012;
- de werknemer in het jaar ten minste 208 uur loon heeft ontvangen. Dit geldt voor 2013 en latere jaren;
- de werknemer jonge kinderen heeft verzorgd die tot zijn gezin behoorden, of mantelzorg heeft verricht. Voor het meetellen gelden nadere voorwaarden (zie verzorgingsforfait en mantelzorgforfait).