WIA

De WIA staat voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Het uitgangspunt van de WIA is activering van arbeidsongeschiktheid, maar biedt tevens inkomensbescherming voor werknemers die door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet of minder kunnen werken.

WIA

De WIA staat voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Het uitgangspunt van de WIA is activering van arbeidsongeschiktheid, maar biedt tevens inkomensbescherming voor werknemers die door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet of minder kunnen werken.

Als de werknemer twee jaar of langer ziek is eindigt de loondoorbetalingsverplichting en beoordeelt UWV of er sprake is van een uitkeringssituatie. Als er sprake is van een WIA-uitkering kan de werknemer daarnaast ook recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen (AOP). 

Aanvullend op het arbeidsongeschiktheidspensioen kunt u of de werknemer de inkomensrisico’s afdekken met een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze voorziet met name in het risico dat de werknemer nog wel zou kunnen werken, maar toch zonder werk komt te zitten (bijvoorbeeld doordat herplaatsing bij uw instelling onmogelijk is).

Meer weten over:

De WIA bestaat uit twee verschillende soorten uitkeringen

  • WGA-uitkeringWGA betekent Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. De werknemer krijgt een WGA-uitkering als deze nog (deels) kan werken of volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De hoogte van de WGA-uitkering hangt, in de loongerelateerde periode, af van het laatstverdiende salaris van de werknemer.
  • IVA-uitkering
    IVA betekent Inkomensvoorziening Volledige Arbeidsongeschikten. Is uw werknemer volledig én duurzaam arbeidsongeschikt? Dan heeft hij recht op IVA-uitkering. De hoogte van de IVA is 75% van het laatstverdiende (gemaximeerde) loon. De uitkering loopt in beginsel tot de werknemer de AOW-leeftijd bereikt.

    Als in een vroeg stadium duidelijk is dat de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, kan een vervroegde IVA aangevraagd worden.

Bekijk ook de video over de WIA-uitkering:

Lees hieronder de meest gestelde vragen over de WIA

  • Is uw werknemer na 2 jaar voor minstens 35% arbeidsongeschikt? En heeft u volgens UWV voldoende re-integratie-inspanningen verricht? Dan krijgt uw werknemer een WIA-uitkering via UWV.

  • Voor het recht op WIA-uitkering gelden enkele voorwaarden:

    • de werknemer is verzekerd voor de WIA op de eerste ziektedag (een werknemer is verzekerd), en  de wachttijd is doorlopen, en 
    • de werknemer is gedeeltelijk arbeidsgeschikt of volledig en duurzaam arbeidsongeschikt, en
    • de werknemer heeft geen reeds lopend recht op IVA of WGA, en
    • de werknemer heeft géén recht op een uitkering bij zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg op basis van de Wet arbeid en zorg (tijdens de loongerelateerde WGA), en
    • de werknemer heeft géén recht op een toekenning of heropening van de WAO-uitkering. Bijvoorbeeld omdat hij eerder gedetineerd is geweest, in het buitenland heeft gewoond of de WAO-uitkering eerder is ingetrokken en binnen 5 jaar wordt heropend, en
    • de werknemer woont in Nederland (tenzij Nederland met het land een verdrag heeft gesloten), en 
    • de werknemer heeft nog niet de AOW-leeftijd, en
    • de werknemer is niet gedetineerd.

  • Binnen de WIA zijn er twee soorten uitkeringen:

    • IVA
      Is uw werknemer volledig én duurzaam arbeidsongeschikt? Dan heeft hij recht op de arbeidsongeschiktheidsuitkering IVA, de Inkomensverzekering volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.

      De werknemer is volledig arbeidsongeschikt als hij 80% of meer loonverlies heeft. Duurzaam betekent: een medisch stabiele of verslechterende situatie of een medische situatie waarbij op lange termijn slechts een geringe kans op herstel bestaat.

      De IVA-uitkering bedraagt 75% van het (gemaximeerde) dagloon en eindigt op de dag dat de werknemer AOW-leeftijd bereikt of niet meer volledig en/of duurzaam arbeidsongeschikt is. Eventuele inkomsten worden voor 70% gekort op de uitkering. Verdient de werknemer 1 jaar of langer meer dan 20% van zijn oude loon? Dan vindt er door UWV een herbeoordeling plaats.
    • WGA
      De werknemer krijgt een WGA-uitkering, als hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt is of volledig arbeidsongeschikt maar niet duurzaam is.

      De hoogte van de WGA-uitkering hangt af van het loon dat de werknemer verdiende toen hij nog volledig werkte. En van het loon dat de werknemer krijgt bij arbeidsongeschiktheid.

      Er zijn drie verschillende typen WGA-uitkeringen:
      • Loongerelateerde uitkering (LGU)
        Deze uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van het (gemaximeerde) WIA-maandloon en vanaf de derde maand 70% van het (gemaximeerde) WIA-maandloon. Hoe lang een werknemer loongerelateerde WGA krijgt is afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer op de ingangsdatum van de uitkering. De minimumduur is 3 maanden, de maximumduur 24 maanden. Het arbeidsverleden wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij een WW-uitkering. Na afloop van de LGU volgt de loonaanvullingsuitkering of de vervolguitkering.

        Voldoet de werknemer aan de inkomenseis, dan komt hij in aanmerking voor een loonaanvullingsuitkering. Voldoet hij niet, dan maakt hij alleen aanspraak op de vervolguitkering. De inkomenseis houdt in dat ten minste 50% van de resterende verdiencapaciteit wordt verdiend.

      • Loonaanvullingsuitkering (LAU)
        Voldoet de werknemer aan de inkomenseis, dan komt hij in aanmerking voor een loonaanvullingsuitkering. Voldoet hij niet, dan maakt hij alleen aanspraak op de vervolguitkering. De inkomenseis houdt in dat ten minste 50% van de resterende verdiencapaciteit wordt verdiend.

        Bij volledige benutting van de restverdiencapaciteit bedraagt de hoogte van de LAU  70% van het verschil tussen het oude en het nieuwe loon. Benut de werknemer zijn rest verdiencapaciteit niet volledig, maar wél meer dan 50%, dan bedraagt de LAU 70% van het verschil tussen het dagloon en het resterende verdienvermogen.

        Het recht op de LAU loopt door totdat de werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt óf tot het moment dat hij niet meer voldoet aan de inkomenseis.

      • Vervolguitkering (VVU)
        Deze uitkering bedraagt een percentage van het minimumloon. Dit percentage is afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidspercentage en bedraagt ongeveer 70% hiervan. Het recht op de VVU loopt door totdat de werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt of tot het moment dat hij weer voldoet aan de inkomenseis.

  • Het WGA-hiaat is het inkomensverlies dat kan ontstaan bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De WGA start met de WGA-loongerelateerde uitkering voor uw medewerker. Na verloop van tijd gaat deze uitkering over in de WGA-loonaanvullingsuitkering of WGA-vervolguitkering. Welke uitkering het is, wordt bepaald op basis van het feit of de medewerker in voldoende mate gebruik maakt van zijn restverdiencapaciteit. Deze vervolguitkeringen zijn veelal lager dan de WGA startuitkering. Het verschil wordt het WGA-hiaat of WGA-gat genoemd.

    Het WGA-hiaat kan een flink gat in het inkomen van uw medewerker betekenen. Zonder de WGA-hiaatverzekering kan het inkomen terugvallen tot wel 30% van het inkomen dat uw medewerker verdiende voordat hij of zij ziek werd.

  • Werkgever ontvangt de UWV-beschikking voor een medewerker. Deze medewerker krijgt al een loongerelateerde WGA-uitkering. Heeft hij naast de WGA-uitkering ook recht heeft op WW? Of is een eventuele WW-uitkering alleen mogelijk als hij – na het begin van een WGA-uitkering – minimaal 26 weken heeft gewerkt?

    De situatie is als volgt:

    • Loon volgens opgave werkgever: € 54.000
    • Bedrag per maand (/12): € 4.500
    • Aangepast bedrag door indexering: € 4.600
    • Bruto uitkering per maand: € 4.600 x 75% = € 3.450. (Na 2 maanden wordt dit 70%.)

    Antwoord:
    Deze medewerker kan inderdaad alleen WW krijgen als hij – na ingang van de WGA – opnieuw minstens 26 weken heeft gewerkt. Gewerkte weken, die hebben geleid tot een loongerelateerde WGA, tellen namelijk niet nog een keer mee voor de WW. Zie art. 17a lid 2 WW. Bovendien is het ontvangen van een loongerelateerde WGA-uitkering een uitsluitingsgrond voor de WW (art. 19 lid 1 onder b WW). Die uitsluitingsgrond geldt niet als de WW voortkomt uit een andere dienstbetrekking dan de WGA (art. 19 lid 8 WW). Iemand kan dus geen loongerelateerde WGA en WW uit dezelfde dienstbetrekking krijgen. Zolang hij niet formeel is herplaatst, is er nog sprake van dezelfde dienstbetrekking. Als de betreffende medewerker wordt herplaatst voor minder uren en/of een andere functie, dan is er sprake van een nieuwe dienstbetrekking. Daaruit kan hij dan wel WW krijgen. Dus als hij na de herplaatsing werkloos wordt én in minstens 26 weken heeft gewerkt na ingang van de WGA.